Hoe lees je een veiligheidsinformatieblad?

Aan de hand van een veiligheidsinformatieblad (Safety Data Sheet – SDS) kan de gebruiker de nodige controlemaatregelen nemen ter bescherming van de menselijke gezondheid en veiligheid op het werk én ter bescherming van het milieu. Dit blad informeert over de gevaren van het product en over de acties die genomen moeten worden in een noodsituatie. Ze worden ook door gezondheids- en veiligheidsafdelingen gebruikt om een COSHH-beoordeling (controle van stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid) uit te voeren om ervoor te zorgen dat de juiste risicobeheersing aanwezig is vooraleer het product wordt gebruikt.

Hoe ziet een veiligheidsinformatieblad er uit?

De lengte van een veiligheidsinformatieblad ligt niet vast, maar is evenredig met de gevaren van de stof of het mengsel en de informatie die beschikbaar is. Het blad bestaat uit 16 onderdelen (secties) die op hun beurt elk weer onderverdeeld zijn.

Veiligheidsinformatieblad, Safety Data Sheet, SDS

Een veiligheidsinformatieblad is onderverdeeld in 16 afdelingen

Sectie 1: Identificatie van de stof/de samenstelling en van de onderneming

1.1 Product-ID – Productnaam: bvb. Tristel Fuse for Surfaces Base Solution
1.2 Relevant geïdentificeerd gebruik van de stof of de samenstelling en het ontraden gebruik. Leveranciers moeten het (de) relevante geïdentificeerde gebruik(en) van een product aangeven met een korte begrijpelijke beschrijving van het product. Ook het ontraden gebruik moet worden vermeld.
1.3 Gegevens van de onderneming/vennootschap: volledig adres en contactgegevens.
1.4 Alarmnummer: vermelding van een telefoonnummer waar opgeleid personeel advies kan geven in een noodsituatie.

Sectie 2: Identificatie van de gevaren

2.1 Indeling van de stof of het mengsel. Dit gedeelte geeft een overzicht van de indeling van de producten volgens de CLP-voorschriften, inclusief afkortingen voor gevarenaanduidingen en de belangrijkste schadelijke effecten.
2.2 Etiketteringselementen. Dit gedeelte toont de gevareninformatie die op het etiket van het product wordt vermeld, zijnde de gevarenaanduidingen, het gevarenpictogram, signaalwoorden en veiligheidsaanbevelingen
2.3 Andere gevaren. Deze rubriek geeft een overzicht van de gevallen waarin het product als PBT of vPvB is ingedeeld (PBT = Persistent, bioaccumulerend en toxisch, vPvB = zeer persistent en zeer bioaccumulerend).

Sectie 3: Samenstelling en informatie over de bestanddelen

3.1 Stoffen: een overzicht van de gevaren van de afzonderlijke stof . Alle Tristel-producten zijn mengsels, dus dit gedeelte wordt niet op het veiligheidsinformatieblad vermeld.
3.2 Mengsels: een opsomming van de gevaren, eigen aan de zuivere, individuele bestanddelen van het mengsel. Op de Tristel-veiligheidsinformatiebladen van een chloordioxide-actieve oplossing (working solution) wordt chloordioxide hier, uitsluitend ter informatie voor de eindgebruiker, als een zuivere stof aangeduid, als een niet-geclassificeerd ingrediënt. Het percentage chloordioxide in de actieve oplossingen ligt aanzienlijk onder de concentratiegrens, die een ingrediënt als gevaarlijk bestempeld, nl. 0,1%. Het percentage chloordioxide dat vereist is om een product als gevaarlijk te kunnen classificeren (oogirritatie), is 0,3%.

Sectie 4: Eerstehulpmaatregelen

4.1. Beschrijving van de eerstehulpmaatregelen: eerstehulpmaatregelen worden opgedeeld volgens de wijze van blootstelling, met telkens een specifieke procedure.
4.2 Belangrijkste symptomen en effecten, zowel acuut als op langere termijn – Kort samenvatting  van de belangrijkste symptomen en effecten na blootstelling.
4.3 Vermelding van de vereiste onmiddellijke medische verzorging en speciale behandeling, bijvoorbeeld: oogspoeling moet beschikbaar zijn.

Sectie 5: Brandbestrijding

5.1 Blusmiddelen: Vermeld welke blusmiddelen gebruikt moeten worden.
5.2 Speciale gevaren die door de stof of het mengsel worden veroorzaakt, bijvoorbeeld: gevaarlijke verbrandingsproducten die ontstaan wanneer de stof of het mengsel brandt.
5.3 Advies voor brandweerlieden – Er wordt advies gegeven over eventuele beschermingsmiddelen tijdens brandbestrijding en over speciale beschermende uitrusting voor brandweerlieden.

Sectie 6: Een ongeval

Maatregelen bij onopzettelijk vrijkomen van de stof of het preparaat (reinigingsmethoden; milieuvoorzorgen; persoonlijke voorzorgen).
6.1 Persoonlijke voorzorgsmaatregelen, beschermde uitrusting en noodprocedures.
6.2 Milieuvoorzorgsmaatregelen.
6.3 Reinigingsmethode en materialen – geef een passend advies over reinigingsmethode.
6.4 Verwijzing naar andere secties – Indien van toepassing, wordt er verwezen naar de secties 8 en 13.

Sectie 7: Hantering en opslaan

7.1 Voorzorgsmaatregelen voor veilige hantering – Instructies voor veilig omgaan met het product.
7.2 Voorwaarden waaraan een veilige opslag dient te voldoen, zoals specifieke ontwerpen voor opslagruimten of –vaten – Het advies in deze rubriek is in overeenstemming met de fysische en chemische eigenschappen die worden beschreven in sectie: 9 van het veiligheidsinformatieblad. Ook indien relevant, wordt advies gegeven over specifieke opslagvereisten.
7.3. Specifieke toepassing(en) – Voor eindproducten die voor (een) specifieke toepassing(en) zijn ontworpen, moeten gedetailleerde en praktische raadgevingen worden geformuleerd voor de beoogde toepassing(en). In voorkomend geval moet worden verwezen naar voor de industrie of de sector specifieke goedgekeurde richtlijnen.

Sectie 8: Blootstelling / persoonlijke bescherming

Maatregelen ter beheersing van blootstelling/persoonlijke bescherming (technische beheersmaatregelen; persoonlijke bescherming – algemeen/ademhalingswegen/handen/ogen/huid).
8.1 Controleparameters – Nationale grenswaarden, b.v. werkblootstellingslimieten die  van toepassing zijn in de lidstaat, waarin het veiligheidsinformatieblad wordt verstrekt, worden vermeld voor de stof of voor elk van de stoffen in het mengsel die een nationale grenswaarde hebben.
8.2. Maatregelen ter beheersing van blootstelling – Hier staat het hele scala van specifieke bescherming- en preventiemaatregelen die tijdens het gebruik moeten worden genomen om blootstelling van het personeel en het milieu tot een minimum te beperken. Indien een chemisch veiligheidsrapport is vereist, dienen de risicobeheersmaatregelen voor het in het rapport vermeld gebruik in sectie: 8 van het veiligheidsinformatieblad te worden samengevat.

Sectie 9: Fysische en chemische eigenschappen.

Dit gedeelte van het veiligheidsinformatieblad bevat de fysieke en chemische gegevens met betrekking tot het product, indien deze beschikbaar zijn.
9.1 Informatie over basiseigenschappen en chemische eigenschappen.
9.2 Overige informatie – Andere fysische en chemische parameters die worden aangegeven als noodzakelijk.

Sectie 10: Stabiliteit en reactiviteit

Vermeld de stabiliteit van de stof of het preparaat en de mogelijkheid van gevaarlijke reacties die zich onder bepaalde gebruiksomstandigheden en ook bij het vrijkomen kunnen voordoen.
10.1 reactiviteit.
10.2 Chemische stabiliteit.
10.3 Mogelijkheid van gevaarlijke reacties.
10.4 Te vermijden omstandigheden.
10.5 Chemisch op elkaar inwerkende materialen.
10.6 Gevaarlijke ontledingsproducten.

Sectie 11: Toxicologische informatie

11.1 Informatie over toxicologische effecten – Dit gedeelte bevat de toxicologische informatie (indien beschikbaar) voor stoffen in het product en een opsomming van de relevante gevaren voor het product. De symptomen en routes van blootstelling worden ook vermeld.

Sectie 12: Milieu-informatie

Beschrijft de mogelijke effecten, het gedrag en de milieubestemming van de stof of het preparaat in de lucht, het water en/of de bodem.
12.1 Toxicologie – Informatie over toxiciteit a.d.h.v. tests die zijn uitgevoerd op aquatische en / of terrestrische organismen, indien beschikbaar.
12.2 Persistentie en afbraak – Het vermogen van de stof, of de betreffende bestanddelen van een preparaat, om in het milieu te worden afgebroken.
12.3 Mogelijke bioaccumulatie – Het vermogen van de stof om zich in biota te accumuleren en uiteindelijk in de voedselketen te worden opgenomen.
12.4 Mobiliteit – Het vermogen van de stof of de betreffende bestanddelen van een preparaat om, indien zij in het milieu terechtkomen, naar het grondwater of ver van de plaats van lozing te worden getransporteerd.
12.5 Resultaten van PBT- en zPzB-beoordeling – Indien een chemisch veiligheidsrapport vereist is, worden de resultaten gegeven van de PBT- en zPzB-beoordeling als vermeld in het chemische veiligheidsrapport.
12.6 Andere schadelijke effecten.

Sectie 13: Instructies voor verwijdering

13.1 Afvalverwerkingsmethoden – Deze paragraaf geeft aan of er specifieke instructies zijn vereist voor het verwijderen van het product. Er wordt ook gesteld dat de eindgebruiker op de hoogte moet zijn van regionale of nationale voorschriften met betrekking tot verwijdering.

Sectie 14: Transportinformatie

Vermeld eventuele speciale voorzorgsmaatregelen waarvan een gebruiker op de hoogte moet zijn of waaraan hij moet voldoen met betrekking tot het vervoer binnen of buiten het bedrijf. Verstrekt in voorkomend geval informatie over de transportclassificatie voor elke regelgeving met betrekking tot de verschillende vervoerstakken.
14.1 VN-nummer – Dit gedeelte identificeert het VN-nummer voor het product.
14.2 Juiste ladingsnaam overeenkomstig de modelreglementen van de VN
14.3 Transportgevarenklasse.
14.4 Verpakkingsgroep.
14.5 Milieurisico’s.
14.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor de gebruiker.

Sectie 15: Informatie over regelgeving

Dit gedeelte van het veiligheidsinformatieblad beschrijft andere wettelijke informatie over het product die niet al in het veiligheidsinformatieblad is vermeld.
15.1 Specifieke veiligheids-, gezondheids- en milieureglementen en -wetgeving voor de stof of het mengsel – In dit deel wordt vermeld dat het product is geclassificeerd volgens de relevante regelgeving.
15.2 Chemische veiligheidsbeoordeling – Deze paragraaf geeft aan of een leverancier een chemische veiligheidsbeoordeling van het product heeft uitgevoerd.

Sectie 16: Overige informatie

Dit gedeelte van het veiligheidsinformatieblad beschrijft de informatie die relevant is voor de samenstelling van het veiligheidsinformatieblad. Het bevat andere informatie die niet is opgenomen in de secties 1 tot en met 15, Bijvoorbeeld: lijst met relevante gevarenaanduidingen, uitgebreid vanaf paragraaf 3.2..

Let op: Dit is geen lijst met gevaren van het product, de lijst brengt de gevaren in kaart voor elk afzonderlijk component waaruit het mengsel bestaat, zoals omschreven in sectie 3.2..

 

Deel dit artikel:

Marketing-team

Dit bericht is geplaatst op 17 december 2018 door Marketing-team.

Over Marketing-team

Overzicht artikelen geplaatst door Marketing-team

©2019 tristel.com - Ontwikkeld door RobONTWERPT in samenwerking met Joyce Wever